ECLI:NL:RBZWB:2025:590
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na beroep tegen heffingsaanslag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebeschikking van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €684.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar had het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard, maar bood in de beroepsfase een compromiswaarde van €643.000 aan, welke belanghebbende niet accepteerde.
De rechtbank heeft de waarde vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen uit de omgeving en uit vergelijkbare bouwjaren zijn gebruikt. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix opgesteld waarin rekening is gehouden met verschillen in onderhoud, kwaliteit, perceelgrootte en bijgebouwen. De rechtbank vond de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en achtte de correcties voor onderhoud en kwaliteit passend.
De rechtbank concludeert dat de door de heffingsambtenaar voorgestelde waarde van €643.000 redelijk is en vermindert de WOZ-waarde dienovereenkomstig. De aanslag onroerendezaakbelasting wordt aangepast en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed. Proceskostenvergoeding wordt niet toegekend omdat daarvoor geen aanleiding bestaat.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €643.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.