Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
via telefonisch horen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds kort onder een crisismaatregel in een zorginstelling na een zelfmoordpoging door intoxicatie. De burgemeester van Goes had deze maatregel op 12 augustus 2025 afgegeven. De officier van justitie verzocht de rechtbank om de crisismaatregel met verplichte zorg voort te zetten voor drie weken.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan zich beter te voelen, zonder suïcidale gedachten en met minder stress. Betrokkene wil graag bij haar vader gaan wonen en de behandeling op vrijwillige basis voortzetten. De arts bevestigde dat het risico op een nieuwe zelfmoordpoging is afgenomen en dat betrokkene openstaat voor ambulante hulp.
De rechtbank concludeerde dat het gedrag van betrokkene niet langer leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, zoals levensgevaar. Gezien de bereidheid tot vrijwillige behandeling en het ontbreken van een acuut risico, voldoet het verzoek niet aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.