ECLI:NL:RBZWB:2025:5914
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens kennelijk doel tot drugshandel op openbare plaats
In deze bestuursrechtelijke procedure staat het beroep van eiser tegen een last onder dwangsom centraal, opgelegd wegens het ophouden op een parkeerplaats met het kennelijke doel om drugs te verhandelen. Verweerders, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk, hebben het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat zowel de burgemeester als het college bevoegd zijn om de last onder dwangsom op te leggen op grond van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Waalwijk 2023. Verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat eiser zich ophield op een parkeerplaats die bekendstaat als drugshandelplek en dat hij drugs in gebruikershoeveelheden bij zich had, mede gelet op zijn antecedenten en een anonieme melding.
De rechtbank stelt vast dat de combinatie van deze feiten voldoende bewijs vormt voor het kennelijke doel tot drugshandel. De door eiser aangevoerde contra-indicaties zijn onvoldoende om deze conclusie te weerleggen. Daarnaast is de hoogte van de dwangsom van € 5.000 per overtreding niet onevenredig, mede gezien vaste rechtspraak en het ontbreken van objectieve gegevens over financiële onmogelijkheid.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard, waardoor de last onder dwangsom blijft gehandhaafd en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de last onder dwangsom van € 5.000 per overtreding.