ECLI:NL:RBZWB:2025:592

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2025
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
BRE 25/549 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 februari 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening betreffende de weigering van bijzondere bijstand door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom.

Verzoeker had om een voorlopige voorziening verzocht om in afwachting van de hoofdzaak een voorlopige maatregel te treffen. De voorzieningenrechter benadrukte dat spoedeisendheid een essentieel criterium is voor het toewijzen van een voorlopige voorziening. De griffier had verzoeker verzocht om nadere toelichting op het spoedeisend belang en om inzage in de financiële situatie middels een recent bankafschrift.

Verzoeker heeft niet volledig gereageerd op de vragen en heeft geen inzicht gegeven in zijn financiële situatie, waardoor onvoldoende is onderbouwd dat er sprake is van een spoedeisend belang. Gezien het ontbreken van deze onderbouwing heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/549 PW

uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 februari 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (ISD Brabantse Wal).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker inzake de weigering bijzondere bijstand toe te kennen.
2. Verzoeker is in deze procedure wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
3. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
6. De griffier heeft bij brief van 30 januari 2025 aan verzoeker gevraagd om het spoedeisend belang nader toe te lichten. Aan verzoeker is onder andere gevraagd om een overzicht te geven van zijn financiële situatie en een kopie van zijn laatste bankafschrift over te leggen. Verzoeker heeft op 3 februari 2025 gereageerd op de brief van 30 januari 2025.
7. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet op alle vragen die zijn gesteld in de brief van 30 januari 2025 antwoord heeft gegeven. Ook heeft hij geen inzicht gegeven in zijn financiële situatie en heeft hij geen afschrift overgelegd van zijn laatste bankafschrift. Met de reactie van verzoeker is daarom onvoldoende onderbouwd dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter. Het verzoek zal worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 6 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.