ECLI:NL:RBZWB:2025:5935
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Geertruidenberg
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1993 met een woonoppervlakte van 261 m2 en een perceel van 1.741 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op € 943.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en een lagere waarde van € 878.000 voorstelde.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde is vastgesteld door vergelijking met referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar, oppervlakte en uitstraling vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin drie referentiewoningen uit Raamdonk werden gebruikt, die recentelijk rond de waardepeildatum zijn verkocht.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, onder meer door indexering en toepassing van KOUDV-factoren. De stelling van belanghebbende dat onvoldoende rekening is gehouden met het eigen verkoopcijfer werd verworpen, mede omdat de situatie niet vergelijkbaar is met de uitzonderingssituatie in de aangehaalde gerechtshofuitspraak.
Gelet op deze overwegingen is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld en blijft de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.