ECLI:NL:RBZWB:2025:5936
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Geertruidenberg
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1900 met een woonoppervlakte van 180 m2 en een perceel van 422 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €519.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en een lagere waarde van €348.000 bepleitte.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de buurt en rondom de waardepeildatum werden gebruikt. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport dat een waarde van €509.000 per 1 januari 2022 aanwees, gecorrigeerd naar de peildatum.
Belanghebbende betwistte onvoldoende rekening met marktsituatie en onderhoud, waaronder funderingsschade. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in kwaliteit en onderhoud, en dat funderingsschade niet aannemelijk was gemaakt als waardedrukkende factor.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde en de aanslag OZB niet te hoog waren vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht- of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €519.000 blijft gehandhaafd.