Uitspraak
STICHTING WONENBREBURG,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak vordert Stichting WonenBreburg de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand van ruim vier maanden door [gedaagde] en zijn vader, die samen de woning huren. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en dat de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst rechtvaardigt dat de overeenkomst wordt ontbonden.
[gedaagde] heeft erkend dat er een huurachterstand is ontstaan en heeft zijn persoonlijke omstandigheden toegelicht, waaronder de zorg voor zijn jongere broertjes en zusjes en het ontbreken van alternatieve woonruimte. Ondanks deze omstandigheden en zijn recente vaste inkomen, acht de kantonrechter dit onvoldoende om de ontbinding te voorkomen.
De ontbinding wordt daarom voorwaardelijk toegewezen: zolang [gedaagde] en zijn vader voldoen aan de lopende huurverplichtingen, een maandelijkse aflossing doen, afspraken met hulpverlening nakomen en tijdig reageren op verzoeken van WonenBreburg, zal niet tot ontruiming worden overgegaan. Tevens worden zij hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur en proceskosten.
De kantonrechter benadrukt dat het gedrag van een goed huurder vereist dat aan alle verplichtingen wordt voldaan, en dat de tekortkoming in het verleden niet kan worden hersteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden en ontruiming bevolen bij niet-naleving van betalings- en zorgafspraken.