Op 5 november 2021 sloten partijen twee aannemingsovereenkomsten voor de realisatie van twee appartementen. De aannemer vordert betaling van meerwerk van €243.298,81, vermeerderd met rente en incassokosten. De opdrachtgever betwist het meerwerk en stelt dat de aanneemsom vast is en dat meerwerk alleen schriftelijk overeengekomen kan worden. Tevens vordert de opdrachtgever een boete wegens te late oplevering.
De rechtbank oordeelt dat de begroting, hoewel niet expliciet in de overeenkomst genoemd, onderdeel uitmaakt van de overeenkomst en dat meerwerk ook zonder schriftelijke prijsafspraak kan zijn overeengekomen op basis van redelijkheid en billijkheid. Diverse meerwerkposten worden toegewezen, met uitzondering van enkele posten die niet zijn aangetoond of onder de oorspronkelijke overeenkomst vallen.
De overeengekomen rente van 9% per jaar wordt als niet onredelijk beoordeeld en toegewezen vanaf de datum van verzuim. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een correcte aanmaning. De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van €140.420,28 plus rente en proceskosten.
In reconventie veroordeelt de rechtbank de aannemer tot betaling van een boete van €33.250,00 wegens te late oplevering, waarbij de boete voor appartement C wordt gematigd vanwege bouwtijdverlenging door meerwerk en het ontbreken van schade bij de opdrachtgever. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.