ECLI:NL:RBZWB:2025:6038
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op monumentenpand
Belanghebbende heeft een monumentenpand gekocht voor € 800.000 en overdrachtsbelasting betaald over dit bedrag. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op gebaseerd op een hogere waarde van het pand van € 4.200.000, vastgesteld in een taxatierapport van de Belastingdienst. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen deze aanslag, de boete en de belastingrente, maar dit werd door de inspecteur ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of de aanslag, boete en rente terecht zijn opgelegd. De rechtbank stelt vast dat de inspecteur de bewijslast draagt om aan te tonen dat de waarde van het pand hoger is dan de betaalde aankoopprijs. De inspecteur is hierin geslaagd met het taxatierapport van april 2023, dat een waarde van € 4.200.000 vermeldt. Dit rapport is volgens de rechtbank betrouwbaar en sluit aan bij de verkoopprijs van € 8.200.000 die belanghebbende anderhalf jaar later ontving.
Het taxatierapport van belanghebbende zelf, met een waarde van € 1.000.000, wordt door de rechtbank verworpen vanwege onjuiste uitgangspunten en onjuiste waardebepaling. Ook de door belanghebbende aangevoerde argumenten over het bestemmingsplan en het gebruik van het pand leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de naheffingsaanslag, de boete en de belastingrente. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 12 september 2025 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting, boete en belastingrente wordt ongegrond verklaard.