ECLI:NL:RBZWB:2025:6040
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op voormalig winkelpand
Belanghebbende en zijn partner verkregen elk de onverdeelde helft van een pand dat oorspronkelijk was gebouwd als modewinkel met bovenwoning. Het pand bestond uit twee adressen, waarvan het deel met het tweede adres jarenlang als winkel werd gebruikt, maar inmiddels was verloederd en leegstond. Belanghebbende betaalde op aangifte € 3.000 overdrachtsbelasting, terwijl de inspecteur een naheffingsaanslag van € 6.900 oplegde.
Belanghebbende voerde aan dat het pand vóór de levering al als woning mocht worden gebruikt en dat de gemeente het winkeldeel had samengevoegd met het woonhuis en de functie had gewijzigd. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de bewijslast draagt voor de wijziging van de aard van het winkeldeel en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat vóór de verkrijging verbouwingswerkzaamheden of een daadwerkelijke functiewijziging hadden plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat het enkele leeghalen van het winkeldeel geen wijziging van de aard tot gevolg heeft en dat verklaringen van makelaar, gemeente en kadaster de fiscale beoordeling niet wijzigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat belanghebbende het griffierecht en proceskosten niet vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.