ECLI:NL:RBZWB:2025:6063
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en fiscaal inwonerschap erflaatster
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 september 2025 de beroepen van de erven van erflaatster behandeld tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2010 tot en met 2016. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd naar aanleiding van een inkeermelding van Amerikaanse bankrekeningen die niet in eerdere aangiften waren opgenomen.
De kern van het geschil betrof de vraag of erflaatster kon worden aangemerkt als fiscaal inwoner van Nederland of van de Verenigde Staten, en of het hoorrecht was geschonden. Erflaatster was in 1975 naar de VS geëmigreerd, had vanaf medio 2005 een woning in Nederland en stond daar ingeschreven. Zij beschikte over een green card tot augustus 2015 en bracht de wintermaanden door in Florida. De rechtbank concludeerde dat zij vanaf medio 2005 een duurzame persoonlijke band met Nederland had en voor verdragsdoeleinden eveneens als inwoner van Nederland moest worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur voldoende pogingen had gedaan om belanghebbenden te horen, ondanks dat de gemachtigde niet op de afgesproken datum contact opnam. De navorderingsaanslagen werden daarom gehandhaafd en de beroepen ongegrond verklaard. Belanghebbenden krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
De uitspraak benadrukt de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten en de criteria voor fiscaal inwonerschap, waarbij het middelpunt van levensbelangen en het duurzame tehuis centraal staan. De rechtbank weegt de feiten en omstandigheden zorgvuldig en wijst de beroepen af.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over 2010-2016 worden gehandhaafd; de beroepen zijn ongegrond.