ECLI:NL:RBZWB:2025:6073
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onderzoek Zwitserse gezinsbijslag en Nederlandse aftrek
Eiseres, gescheiden en wonend in Nederland met twee kinderen, maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de Zwitserse gezinsbijslag af te trekken van haar Nederlandse gezinsbijslag. De Svb had vastgesteld dat haar ex-partner in Zwitserland gezinsbijslag ontving en dit bedrag in mindering gebracht.
De rechtbank overweegt dat volgens het arrest Wiering van het Hof van Justitie van de EU uitkeringen alleen mogen worden verrekend als zij van dezelfde aard zijn, waarbij inhoudelijke kenmerken doorslaggevend zijn. De Svb heeft echter niet onderzocht of de Zwitserse uitkering aan deze criteria voldoet en het is ook niet aangetoond dat de ex-partner de ontvangen Zwitserse gezinsbijslag daadwerkelijk aan eiseres heeft doorbetaald.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en berust op onvoldoende onderzoek, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. Daarom krijgt de Svb de gelegenheid binnen acht weken het onderzoek te verrichten en ontbrekende gegevens aan te leveren. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en stelt partijen in de gelegenheid te reageren op de herstelpoging van de Svb.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt de Sociale Verzekeringsbank in de gelegenheid het onderzoek naar de Zwitserse gezinsbijslag te herstellen.