ECLI:NL:RBZWB:2025:6073

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
24/3434 AKW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:51a Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over onderzoek Zwitserse gezinsbijslag en Nederlandse aftrek

Eiseres, gescheiden en wonend in Nederland met twee kinderen, maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de Zwitserse gezinsbijslag af te trekken van haar Nederlandse gezinsbijslag. De Svb had vastgesteld dat haar ex-partner in Zwitserland gezinsbijslag ontving en dit bedrag in mindering gebracht.

De rechtbank overweegt dat volgens het arrest Wiering van het Hof van Justitie van de EU uitkeringen alleen mogen worden verrekend als zij van dezelfde aard zijn, waarbij inhoudelijke kenmerken doorslaggevend zijn. De Svb heeft echter niet onderzocht of de Zwitserse uitkering aan deze criteria voldoet en het is ook niet aangetoond dat de ex-partner de ontvangen Zwitserse gezinsbijslag daadwerkelijk aan eiseres heeft doorbetaald.

De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en berust op onvoldoende onderzoek, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. Daarom krijgt de Svb de gelegenheid binnen acht weken het onderzoek te verrichten en ontbrekende gegevens aan te leveren. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en stelt partijen in de gelegenheid te reageren op de herstelpoging van de Svb.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt de Sociale Verzekeringsbank in de gelegenheid het onderzoek naar de Zwitserse gezinsbijslag te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3434 AKW
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2025 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (Svb).

Procesverloop

1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 maart 2024 (bestreden besluit).
1.1.
De Svb heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen. Namens de Svb heeft mr. M.F. Sturmans digitaal aan de zitting deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres is gescheiden van [ex-partner] ([ex-partner]). Eiseres en [ex-partner] hebben samen twee kinderen. Eiseres woont met de kinderen in Nederland. [ex-partner] werkt sinds oktober 2020 in Zwitserland.
2.1.
De Svb heeft met een besluit van 20 oktober 2023 (primair besluit) aan eiseres met betrekking tot het tweede kwartaal van 2022 tot en met het vierde kwartaal van 2022 medegedeeld dat van haar Nederlandse gezinsbijslag (bestaande uit kinderbijslag en kindgebonden budget) de vergelijkbare gezinsbijslag uit Zwitserland wordt afgetrokken. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
3. Eiseres stelt in beroep dat zij nooit heeft geweten dat [ex-partner] gezinsbijslag in Zwitserland ontving. Zij heeft dit geld nooit ontvangen. Eiseres is het niet eens met de besluitvorming van de Svb.
4. De rechtbank overweegt dat uit het arrest Wiering van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat gezinsuitkeringen alleen op elkaar in mindering mogen worden gebracht als zij van dezelfde aard zijn. Uitkeringen zijn van dezelfde aard wanneer het voorwerp en de doelstelling alsook de berekeningsgrondslag en de toekenningsvoorwaarden gelijk zijn. Zuiver formele kenmerken zijn voor de classificatie van uitkeringen niet van belang.
5. In het dossier is aangegeven dat vanuit Zwitserland per april 2022 CHF 300,- per kind per maand is betaald en dat [ex-partner] dit aantoonbaar heeft doorbetaald aan eiseres. Niet gebleken is dat de Svb heeft onderzocht of het bedrag vanuit Zwitserland van dezelfde aard is als de Nederlandse gezinsbijslag. Voor de rechtbank is evenmin vast komen te staan dat [ex-partner] aantoonbaar heeft doorbetaald aan eiseres. De kennelijk door [ex-partner] terzake aan het Zwitserse orgaan overgelegde gegevens, ontbreken in het dossier.

Conclusie en gevolgen

6. Uit het vorenstaande volgt dat het bestreden besluit berust op onvoldoende onderzoek en een ondeugdelijke motivering bevat, zodat het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 8:51a van de Awb de Svb in de gelegenheid te stellen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De rechtbank zal de Svb in de gelegenheid stellen om alsnog te onderzoeken of het in overweging 5. genoemde bedrag van CHF 300,- per kind per maand van dezelfde aard is als de Nederlandse gezinsbijslag, met inachtneming van hetgeen in overweging 4. is overwogen. Tevens wordt de Svb in de gelegenheid gesteld om de in overweging 5. genoemde gegevens, welke kennelijk door [ex-partner] zijn overgelegd aan het Zwitserse orgaan, in te zenden aan de rechtbank.
6.1.
De rechtbank zal de termijn waarbinnen de Svb het gebrek kan herstellen bepalen op acht weken. Als de Svb hiervan geen gebruik wil maken, dan dient de Svb dit binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen. Als de Svb wel gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen drie weken te reageren op de herstelpoging van de Svb. Daarna zal de rechtbank in beginsel zonder tweede zitting einduitspraak doen.
6.2.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak. Dat laatste betekent ook dat zij over de vergoeding van het griffierecht en de proceskosten nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt de Svb in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van wat in deze tussenuitspraak is overwogen;
- draagt de Svb op om, als geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen, dat binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak aan de rechtbank mee te delen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 15 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Dat kan worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de einduitspraak in deze zaak