ECLI:NL:RBZWB:2025:6074
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als verkoopmedewerkster, ontving een Ziektewetuitkering vanaf 2 januari 2023 vanwege lichamelijke klachten en belemmeringen. Het UWV besloot haar uitkering per 21 november 2023 te beëindigen omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van het UWV, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank vond dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld. Overgelegde verklaringen en rapportages van eiseres boden onvoldoende aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen.
Ook de arbeidskundige beoordeling van passende functies werd door de rechtbank aanvaard. Op basis hiervan concludeerde het UWV dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wat betekent dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.