ECLI:NL:RBZWB:2025:6089
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen opname DNA-profiel na veroordeling voor valsheid in geschrift ongegrond verklaard
De veroordeelde, veroordeeld voor valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf van twee maanden, maakte bezwaar tegen de opname van zijn DNA-profiel in de databank op grond van artikel 7 Wet Pro DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij voerde aan dat DNA-onderzoek bij zijn delict niet van belang is en dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn vluchtelingenstatus en het ontbreken van recidivegevaar, een uitzondering rechtvaardigen.
De officier van justitie stelde dat DNA-onderzoek ook bij valsheid in geschrift een bijdrage kan leveren aan opsporing en dat de wet slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ruimte biedt voor een uitzondering. De rechtbank oordeelde dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname en dat DNA-onderzoek relevant kan zijn voor de opsporing van dergelijke misdrijven.
De rechtbank verwees naar de wetsgeschiedenis en een recente uitspraak van de Hoge Raad waarin werd bevestigd dat uitzonderingssituaties slechts bij zeer bijzondere omstandigheden gelden. De persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en het feit dat het delict vijf jaar geleden is gepleegd, zijn onvoldoende om een uitzondering toe te passen.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en bevestigde de verplichting tot opname van het DNA-profiel in de databank. Tegen deze beslissing staan geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen opname van het DNA-profiel is ongegrond verklaard en de opname blijft gehandhaafd.