ECLI:NL:RBZWB:2025:6144

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
11211681 MB VERZ 24-554
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens vasthouden mobiel tijdens rijden

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Stationsstraat te Roosendaal op 18 januari 2023. Betrokkene stelde in haar beroepschrift dat zij handsfree aan het bellen was met oortjes en dat de telefoon op de bijrijdersstoel lag, zonder dat zij deze tijdens het rijden aanraakte. Ter zitting voegde zij toe dat zij al aan het bellen was toen zij nog stilstond.

De officier van justitie beriep zich op de verklaring van de verbalisant, die in beginsel voldoende grondslag biedt voor de vaststelling van de gedraging. Wel werd erkend dat er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor een matiging van de boete werd voorgesteld.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, mede omdat betrokkene de gedraging consistent ontkende en de omstandigheden voldoende aanleiding gaven om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. De boete werd daarom ten onrechte opgelegd en het beroep werd gegrond verklaard. De beschikking en beslissing werden vernietigd en het betaalde bedrag van €234,- moest worden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd met terugbetaling van het betaalde bedrag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11211681 \ MB VERZ 24-554
CJIB-nummer : 1062 5422 5520 0338
uitspraakdatum : 6 augustus 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna : betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 6 augustus 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. O. El-Hagoug (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Stationsstraat te Roosendaal op 18 januari 2023 om 17:11 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene was handsfree aan het bellen met oortjes in. De telefoon van betrokkene lag op de bijrijdersstoel en betrokkene heeft de telefoon tijdens het rijden niet aangeraakt. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zij al aan het bellen was toen ze nog stilstond. Betrokkene heeft eerder boetes ontvangen voor het rijden met een mobiel in haar handen en die gewoon betaald. Betrokkene was ook niet ter zitting verschenen als zij niet overtuigd was van haar onschuld.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Een enkele verklaring de gedraging niet te hebben verricht is te summier om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant die getraind is om een dergelijke gedraging te herkennen. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete met 25% te matigen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene de gedraging consistent heeft ontkend en de omstandigheden die betrokkene ter zitting heeft aangevoerd voldoende aanleiding geven om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: