Op 2 mei 2024 heeft verdachte samen met een groep jongens openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer op de Heuvel in Tilburg. Dit geweld bestond uit het geven van een kopstoot, meerdere slagen en schoppen tegen het hoofd, de rug en het lichaam. Verdachte heeft dit deels bekend, maar is vrijgesproken van enkele onderdelen zoals het schoppen tegen het hoofd en het gebruik van een mes, omdat dit niet overtuigend kon worden vastgesteld op camerabeelden.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd. Er is geen sprake van strafuitsluitingsgronden. De rechtbank legde een werkstraf van 60 uur op, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit, het eerdere strafblad van verdachte, de impact op het slachtoffer en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad uitte zorgen over de uitvoerbaarheid van de straf vanwege onbekende verblijfplaats van verdachte.
Het slachtoffer vorderde een schadevergoeding van €1.500,- voor immateriële schade. De rechtbank kende €1.000,- toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het feit. Verdachte en medeverdachten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade. De rechtbank wees het overige deel van de vordering af en verwees naar de burgerlijke rechter. De strafrechtelijke beslissing werd uitgesproken op 12 september 2025 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.