Belanghebbende heeft voor de jaren 2020 en 2021 naheffingsaanslagen omzetbelasting ontvangen vanwege het toepassen van het nultarief op intracommunautaire leveringen aan een Belgische BVBA. De inspecteur stelde dat het nultarief niet terecht was toegepast omdat niet kon worden aangetoond dat de goederen daadwerkelijk naar België waren vervoerd en dat de afnemer de verwerving had aangegeven.
Tijdens het boekenonderzoek bleek dat belanghebbende geen vervoersdocumenten kon overleggen ondanks herhaalde verzoeken. Ook de Belgische belastingautoriteiten ontkenden dat de BVBA zaken had gedaan met belanghebbende. Belanghebbende stelde dat hij slachtoffer was van fraude, maar kon dit niet onderbouwen met de vereiste boeken en bescheiden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aan zijn bewijslast had voldaan en dat de inspecteur terecht het nultarief had geweigerd. De naheffingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen zijn daarom terecht en correct vastgesteld. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, met als gevolg dat de aanslagen en rente in stand blijven en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.