ECLI:NL:RBZWB:2025:6180
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2021, opgelegd door de inspecteur met een belastbaar inkomen van €21.956 en €8 belastingrente.
De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken en wees het verzoek om ambtshalve vermindering af. Belanghebbende was niet aanwezig bij de zitting, ondanks correcte uitnodiging.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend: het aanslagbiljet was gedagtekend op 14 februari 2023, terwijl het bezwaar pas op 21 augustus 2024 was gedagtekend en op 23 augustus 2024 ontvangen. Belanghebbende gaf geen verschoonbare reden voor de overschrijding en droeg onvoldoende bewijs aan.
Omdat de bewijslast voor een verschoonbare termijnoverschrijding bij belanghebbende ligt en deze niet is voldaan, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2021 is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.