ECLI:NL:RBZWB:2025:6187
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2023, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €436.000. Tevens is beroep ingesteld tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) die op basis van deze waarde is opgelegd.
De rechtbank heeft beoordeeld of de waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen met vergelijkbare kenmerken en recente verkoopdata zijn gebruikt. Belanghebbende stelde dat de waarde gebaseerd moest worden op de eigen aankoopprijs van €370.500, maar dit is verworpen omdat de woning sindsdien grondig is verbouwd zonder dat belanghebbende de waardevermeerdering aannemelijk heeft gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met twee referentiewoningen, waarbij correcties zijn toegepast voor verschillen zoals de vrijstaande garage, erker en aanbouw. De rechtbank oordeelt dat hiermee voldoende rekening is gehouden met de verschillen en dat de vastgestelde WOZ-waarde aannemelijk is gemaakt.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard, blijft de WOZ-waarde van €436.000 gehandhaafd en volgt ook de handhaving van de aanslag OZB. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter T. Peters op 15 september 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €436.000 blijft gehandhaafd.