ECLI:NL:RBZWB:2025:6188
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Goirle. De heffingsambtenaar had de waarde van de woning per 1 januari 2023 vastgesteld op €523.000, welke belanghebbende betwistte en stelde dat de waarde maximaal €471.000 zou moeten zijn.
De rechtbank heeft de zaak op 7 augustus 2025 behandeld en beoordeelde of de gebruikte referentiewoningen en de toegepaste vergelijkingsmethode adequaat waren. De heffingsambtenaar had een taxatiematrix overgelegd waarin drie referentiewoningen werden gebruikt, die de rechtbank voldoende vergelijkbaar achtte ondanks enkele betwiste gegevens over gebruikersoppervlakten en verkoopkanalen.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, onder meer door correcties voor onder gemiddelde onderhouds- en kwaliteitstoestand. De neerwaartse correctie van €42.271 werd als voldoende beschouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de WOZ-waarde en aanslag OZB werden gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €523.000 gehandhaafd.