ECLI:NL:RBZWB:2025:6285
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verlening slijtersvergunning ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de burgemeester om een slijtersvergunning te verlenen aan een vergunninghouder voor een uitbreiding van een supermarkt. Eiser betoogt dat de vergunning onterecht is verleend omdat een vergelijkbare aanvraag van hemzelf werd afgewezen, wat volgens hem in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat de verleende omgevingsvergunning onherroepelijk is en dat de burgemeester de slijtersvergunning heeft verleend conform de bepalingen van de Alcoholwet. De weigeringsgronden uit artikel 27 van Pro de Alcoholwet zijn niet van toepassing, waardoor de vergunning gebonden moest worden verleend.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat de situatie van eiser niet gelijk is aan die van de vergunninghouder. De vergunning van eiser werd afgewezen vanwege strijd met het bestemmingsplan en niet voldoen aan eisen van de toenmalige Drank- en horecawet, terwijl de verleende vergunning wel aan de huidige Alcoholwet voldoet.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het griffierecht toe aan de gemeente en laat de verleende slijtersvergunning in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de slijtersvergunning terecht is verleend.