De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1934, die lijdt aan dementie en suïcidale neigingen. Betrokkene verblijft in een verpleeghuis en verzet zich tegen het verblijf, maar ziet geen alternatief en uitte een euthanasiewens.
De behandelaar en verzorgende gaven aan dat betrokkene door haar psychogeriatrische aandoening ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade. Betrokkene is niet in staat om zelfstandig te functioneren en vertoont onveilig gedrag bij het verlaten van het verpleeghuis. De dochter bevestigde de zorgelijke situatie en het ontbreken van passende alternatieven.
De advocaat van betrokkene betwijfelde de noodzaak van de machtiging, omdat betrokkene al drie weken zonder recht of titel in het verpleeghuis verbleef. De rechtbank oordeelde echter dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de machtiging daarom wordt verleend tot zes maanden na de eerdere machtiging, tot en met 6 februari 2026.