ECLI:NL:RBZWB:2025:6324

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
11856411 OV VERZ 25-4035 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van der Lende - Mulder Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 EU-verordening Brussel II-terArt. 17 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 21 Europese Erfrechtverordening 650/2012Art. 22 Europese Erfrechtverordening 650/2012Art. 4:193 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging verwerpen nalatenschap namens minderjarige bij Duits nalatenschap

Verzoekers, ouders en gezagsdragers van een minderjarige, vroegen machtiging om namens hun kind de nalatenschap van een in Duitsland overleden erflater te verwerpen. De nalatenschap is in Duitsland opengevallen, waarbij Duits recht van toepassing is op de erfopvolging. De minderjarige woont in Nederland, waardoor de Nederlandse kantonrechter bevoegd is op grond van EU-verordening Brussel II-ter.

De kantonrechter beoordeelde dat het verzoek tot machtiging niet valt onder erfopvolging, maar onder ouderlijke verantwoordelijkheid, en dat het verzoek naar Nederlands recht moet worden beoordeeld. Uit de stukken blijkt voldoende aannemelijk dat de nalatenschap negatief is, waardoor het in het belang van de minderjarige is de nalatenschap te verwerpen.

De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van twee maanden, waarna verzoekers de nalatenschap namens de minderjarige daadwerkelijk kunnen verwerpen bij de bevoegde rechtbank. De beschikking is op 11 september 2025 in Middelburg uitgesproken.

Uitkomst: Machtiging verleend aan ouders om namens minderjarige de Duitse nalatenschap te verwerpen voor de duur van twee maanden.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11856411 \ OV VERZ 25-4035
Beschikking van 11 september 2025
in de zaak van

1.[verzoeker 1] ,2. [verzoeker 2] ,

beiden wonende te [plaats 1] ,
hierna samen te noemen: verzoekers,
in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kind:
[minderjarige], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2015, wonende te [plaats 1] , hierna: de minderjarige.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, locatie Middelburg op 27 augustus 2025,
- het e-mailbericht met bijlagen, ontvangen op 6 september 2025.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap van de heer
[erflater] ,geboren te [plaats 3] op
[datum 2] 1945, laatstelijk wonende te [plaats 4] , Duitsland, en overleden op [datum 3] 2025 te [plaats 4] , Duitsland, (hierna: erflater) te verwerpen.

3.De beoordeling

3.1.
Omdat erflater zijn laatste woonplaats in Duitsland had en de minderjarige in Nederland woont, dient eerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en zo ja, aan de hand van welk recht het verzoek dient te worden beoordeeld.
3.2.
Het verzoek tot machtiging voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige moet niet worden aangemerkt als een maatregel inzake erfopvolging, maar als een maatregel betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van Pro de EU-verordening Brussel II-ter [1] bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen. De minderjarige woont in [plaats 1] , zodat de kantonrechter te Middelburg de relatief bevoegde rechter is.
3.3.
In artikel 17 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 [2] is bepaald dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Het verzoek dient dus naar Nederlands recht te worden beoordeeld. Voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige is naar Nederlands recht een machtiging van de kantonrechter vereist [3] , zodat moet worden beoordeeld of die toestemming in de gegeven omstandigheden dient te worden verleend.
3.4.
De kantonrechter overweegt dat de nalatenschap in Duitsland is opengevallen, zodat op de erfopvolging de Europese Erfrechtverordening [4] van toepassing is. Aangezien van een testament en een rechtskeuze van erflater als bedoeld in artikel 22 van Pro deze Erfrechtverordening niet is gebleken en erflater ten tijde van zijn overlijden in Duitsland zijn gewone verblijfplaats had, is op de erfopvolging volgens de algemene regel van artikel 21 van Pro de Erfrechtverordening Duits recht van toepassing.
3.5.
Uit het verzoekschrift en de daarop gegeven toelichting volgt dat verzoekster sub 1 tot de nalatenschap van erflater is geroepen, maar deze gaat verwerpen. Op grond van Duits recht erft de minderjarige mogelijk bij plaatsvervulling.
3.6.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het op grond van de door verzoekers overgelegde stukken en de daarbij gegeven toelichting, voldoende aannemelijk dat de nalatenschap negatief is. De kantonrechter acht het in het belang van de minderjarige dat de nalatenschap wordt verworpen. De verzochte machtiging zal daarom worden verleend.
3.7.
De kantonrechter wijst verzoekers erop dat met het verkrijgen van deze machtiging de nalatenschap van erflater nog niet daadwerkelijk namens de minderjarige is verworpen. Met de machtiging zullen zij daartoe op de daarvoor voorgeschreven wijze bij een daartoe ingevolge de Erfrechtverordening bevoegde rechtbank kunnen overgaan. In de beslissing is weergegeven binnen welke termijn verzoekers worden geacht dit te doen, bij gebreke waarvan deze beschikking haar kracht verliest.
4. De beslissing
De kantonrechter:
verleent
[verzoeker 1]en
[verzoeker 2], in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kind
[minderjarige], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2015,
machtiging om de nalatenschap van
[erflater] ,geboren te [plaats 3] op [datum 2] 1945, laatstelijk wonende te [plaats 4] , Duitsland, en overleden op [datum 3] 2025 te [plaats 4] , Duitsland, namens de minderjarige te verwerpen;
bepaalt dat deze machtiging wordt verleend voor de duur van twee maanden vanaf de datum van deze beschikking en dat deze daarna niet meer geldt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Lende - Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2025.

Voetnoten

1.EU-verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (herschikking).
2.Het op 19 oktober 1996 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299).
3.Op grond van artikel 4:193 lid Pro 1, eerste zin van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (BW).
4.De Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring.