Uitspraak
1.[verzoeker 1] ,
2.
[verzoeker 2],
3.
[verzoeker 3],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 21 juli 2025 dienden verzoekers een verzoekschrift in tot het bevelen van een boedelbeschrijving onder ede. Volgens de wet moest het griffierecht binnen vier weken na indiening worden voldaan. De betaling van het griffierecht vond echter pas plaats op 19 augustus 2025, wat te laat was.
Verzoekers kregen de gelegenheid om zich uit te laten over de te late betaling. Hun gemachtigde gaf aan dat er een administratieve fout was gemaakt waardoor de betaling niet tijdig was verwerkt. Na ontvangst van een aanmaning werd het griffierecht alsnog betaald.
De kantonrechter oordeelde dat het risico van de te late betaling bij verzoekers ligt, mede omdat van een professionele gemachtigde verwacht mag worden dat de administratie adequaat wordt ingericht. De toepassing van de sanctie van niet-ontvankelijkheid leidt niet tot een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom werden verzoekers niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.