Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:6325

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
11802002 OV VERZ 25-3408 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van der Lende - Mulder Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 jo lid 4 WgbzArt. 282a lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens te late betaling griffierecht bij verzoek boedelbeschrijving

Op 21 juli 2025 dienden verzoekers een verzoekschrift in tot het bevelen van een boedelbeschrijving onder ede. Volgens de wet moest het griffierecht binnen vier weken na indiening worden voldaan. De betaling van het griffierecht vond echter pas plaats op 19 augustus 2025, wat te laat was.

Verzoekers kregen de gelegenheid om zich uit te laten over de te late betaling. Hun gemachtigde gaf aan dat er een administratieve fout was gemaakt waardoor de betaling niet tijdig was verwerkt. Na ontvangst van een aanmaning werd het griffierecht alsnog betaald.

De kantonrechter oordeelde dat het risico van de te late betaling bij verzoekers ligt, mede omdat van een professionele gemachtigde verwacht mag worden dat de administratie adequaat wordt ingericht. De toepassing van de sanctie van niet-ontvankelijkheid leidt niet tot een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom werden verzoekers niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11802002 \ OV VERZ 25-3408
Beschikking van 17 september 2025
in de zaak van

1.[verzoeker 1] ,

te [plaats 1] ,
2.
[verzoeker 2],
te [plaats 2] ,
3.
[verzoeker 3],
te [plaats 1] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: verzoekers,
gemachtigde: mr. D.W.L. Cloots,
tegen
[verweerder],
te [plaats 1] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: verweerder,
gemachtigde: mr. R.A.A. Maat.

1.Het verloop van het geding en de beoordeling

1.1.
In deze zaak werd op 21 juli 2025 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Het verzoek strekt ertoe een boedelbeschrijving onder ede te bevelen.
1.1
Op grond van artikel 3 lid 2 jo Pro. lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken en artikel 282a lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.), dient de rechter een verzoekende partij niet-ontvankelijk te verklaren in het verzoek indien deze het door hem verschuldigde griffierecht niet of niet tijdig (binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift) heeft voldaan. Alleen in de bij wet voorziene situatie dat toepassing van deze sanctie, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, mag de rechter afzien van het toepassen hiervan.
1.2.
Volgens opgave van de financiële administratie hebben verzoekers het griffierecht eerst op 19 augustus 2025, derhalve te laat, betaald.
1.3.
Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht. Hun gemachtigde heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en toegelicht dat er iets is misgegaan waardoor diverse betaalopdrachten van haar kantoor (waaronder de betaling van het griffierecht in onderhavig verzoek) niet zijn verwerkt. Direct na ontvangst van de aanmaning is het verschuldigde griffierecht alsnog voldaan.
1.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter dient het feit dat het griffierecht te laat is betaald voor rekening en risico van verzoekers te komen. Van een professioneel gemachtigde (advocaat) mag worden verwacht dat zij haar kantoor en administratie zodanig inricht dat gecontroleerd wordt of een betaling van griffierechten binnen de gestelde termijn ook daadwerkelijk is gerealiseerd. Hetgeen is aangevoerd rechtvaardigt daarom niet de conclusie dat de toepassing van artikel 282a lid 2 Rv, gelet op het belang van één of meerdere partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
1.5.
Gelet op het hiervoor overwogene zullen verzoekers, overeenkomstig het bepaalde in artikel 282a lid 2 Rv niet-ontvankelijk worden verklaard.
1.6.
Verzoekers zullen worden veroordeeld in de proceskosten, welke aan de zijde van verweerder worden begroot op nihil.

2.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek,
veroordeelt verzoekers in de proceskosten aan de zijde van verweerder begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Lende - Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.