ECLI:NL:RBZWB:2025:6362
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen terugvordering bijstandsuitkering niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen om verstrekte bijstandsuitkering terug te vorderen. Het verzoek is ingediend bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was.
De kern van de niet-ontvankelijkheid is het niet tijdig betalen van het griffierecht van €53,-, dat verplicht is bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening. De griffier had verzoekster per aangetekende brief op 21 augustus 2025 een termijn van twee weken gegeven om het griffierecht te voldoen. De brief is op 25 augustus 2025 in ontvangst genomen, maar verzoekster heeft het griffierecht niet binnen deze termijn betaald.
Verzoekster heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 23 september 2025 door voorzieningenrechter J.E.C. Vriends en griffier S. Constant.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.