ECLI:NL:RBZWB:2025:6363
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in kinderopvangtoeslagzaak
Verzoekster heeft de Dienst Toeslagen op 6 april 2021 verzocht om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Nadat de Dienst Toeslagen niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde verzoekster de dienst in gebreke en startte zij een beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom op met een termijn voor besluitvorming.
Omdat de Dienst Toeslagen nog steeds geen besluit heeft genomen, diende verzoekster op 5 september 2025 een opvolgend beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de dienst opdraagt binnen twee weken alsnog te beslissen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen zoals deze geen spoedeisend belang snel aanwezig is, omdat betaling na afloop van de bodemprocedure mogelijk blijft. Verzoekster stelde dat het spoedeisend belang ligt in de overschrijding van de beslistermijn en de impact op de mogelijkheid tot vergoeding van additionele schade. Desondanks is geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie aangetoond.
Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 23 september 2025 door de voorzieningenrechter J.E.C. Vriends.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.