ECLI:NL:RBZWB:2025:6382
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: onroerende zaak kwalificeert niet als woning voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de inspecteur die het bezwaar tegen de overdrachtsbelasting van 10,4% ongegrond verklaarde. De onroerende zaak betreft een pand dat oorspronkelijk als kantoorruimte is gebouwd en sinds 2010 een eigen adres heeft. Hoewel belanghebbende het pand na aankoop als woning gebruikt, is de rechtbank van oordeel dat het pand naar zijn aard geen woning is.
De rechtbank baseert zich op jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat het doel waarvoor een pand oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd bepalend is voor de kwalificatie als woning. Verbouwingswerkzaamheden die voorafgaand aan de verkrijging zijn verricht, zoals het verwijderen van kantoorvoorzieningen en het plaatsen van een pantry, zijn onvoldoende om het pand als woning te kwalificeren.
De rechtbank stelt dat de onroerende zaak nog steeds de feitelijke eigenschappen bezit van een kantoorpand en dat het verlaagde tarief van 2% niet van toepassing is. Ook de woonbestemming door de gemeente is niet doorslaggevend omdat de objectieve aard van het pand prevaleert. Het beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het tarief van 10,4% overdrachtsbelasting blijft van toepassing.