Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2:een auto van [benadeelde 2] heeft gestolen dan wel die auto heeft geheeld;
feit 3:autosleutels van [benadeelde 2] heeft gestolen dan wel de autosleutels heeft
feit 4:een fiets heeft gestolen van [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] ;
feit 5:een elektrische fiets heeft gestolen van [benadeelde 5] .
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
(feit 2 primair en feit 3 primair), 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10.De beslissing
plaatsingvan verdachte
in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (twee) jaren;
niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de
proeftijd van twee jareneen of meer van na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
algemene voorwaarde:
bijzondere voorwaarden:
[benadeelde 1]af;
[benadeelde 4]van
€ 350,-aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
7 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;