Eiser heeft in 2015 een omgevingsvergunning van rechtswege verkregen voor het gebruik van zijn pand als pension, maar het college maakte deze vergunning pas in 2024 bekend met afwijkende tekeningen. Eiser voerde beroep aan tegen het besluit van 29 juli 2024, omdat de tekeningen verschillen van de onherroepelijke vergunning van 5 oktober 2022, wat tot rechtszekerheidsproblemen leidt.
De rechtbank oordeelt dat het college het besluit van 29 juli 2024 niet op goede gronden heeft genomen. De verschillende tekeningen zorgen voor verwarring over het toegestane gebruik van het pand, wat strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college in de proceskosten van eiser en draagt het college op het griffierecht te vergoeden. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.