ECLI:NL:RBZWB:2025:6495

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
29 september 2025
Zaaknummer
BRE 24/8509
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitspraak op bezwaar WOZ-beschikking wegens gebrek aan bevoegdheid

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelt het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 november 2024 betreffende de WOZ-beschikking 2024 voor een object aan een adres. Uit het dossier blijkt dat het bezwaar was ingediend door een andere persoon dan eiseres, namelijk de belanghebbende die het bezwaar heeft gemaakt.

De gemachtigde van eiseres heeft vervolgens namens eiseres beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft de gemachtigde verzocht om duidelijkheid te verschaffen over wie belanghebbende is en aanvullende stukken te overleggen, maar hierop is niet gereageerd.

De rechtbank oordeelt dat omdat het beroep is ingesteld door een ander dan degene die het bezwaar heeft gemaakt, eiseres niet bevoegd is tot het instellen van beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en doet zij uitspraak zonder zitting conform artikel 8:54 Awb Pro.

Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, met de optie om een zitting te verzoeken voor nadere toelichting.

Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/8509

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Gilze en Rijen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 november 2024. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking 2024 met aanslagnummer [nummer] voor het object [adres] (de WOZ-beschikking).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is ingesteld door eiseres. Eiseres is echter niet gerechtigd om beroep in te stellen tegen die beslissing. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
2.1
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt, en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. De heffingsambtenaar heeft bij brief van 13 november 2024 uitspraak op bezwaar gedaan ten aanzien van de WOZ-beschikking. De uitspraak op bezwaar is geadresseerd aan een gemachtigde, en ziet – blijkens de tekst van de uitspraak – op een bezwaar van
[persoon] (de uitspraak op bezwaar).
3.1.
Vervolgens heeft gemachtigde bij brief van 23 december 2024 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar namens eiseres.
3.2.
De griffier heeft op 14 januari 2025 in het digitale dossier van eiseres een brief geplaatst. In deze brief wordt gevraagd om duidelijkheid over wie in deze zaak belanghebbende is en zo nodig (aanvullende) stukken te overleggen. Op 4 maart 2025 is dit verzoek herhaald. Van de plaatsing van deze brief is op dezelfde datum een notificatie aan gemachtigde verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven emailadres. De rechtbank neemt daarom aan dat gemachtigde de brief heeft ontvangen. Gemachtigde heeft niet gereageerd.

Motivering

4. Op grond van de feiten in deze zaak gaat de rechtbank allereerst in op de vraag door wie het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is ingesteld.
4.1.
De rechtbank stelt voorop dat uit de uitspraak op bezwaar volgt dat uitspraak is gedaan naar aanleiding van een bezwaar van [persoon] tegen de WOZ-beschikking. [persoon] is zodoende als belanghebbende bevoegd om beroep in te stellen tegen de uitspraak op bezwaar.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat uit het beroepschrift volgt dat het beroepschrift door gemachtigde is ingediend namens eiseres.
4.3
Omdat het beroep is ingesteld door een ander dan degene die bezwaar heeft gemaakt, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 29 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.