ECLI:NL:RBZWB:2025:6505
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor maaltijdvoorziening wegens ontbreken medische noodzaak
Eiser heeft meerdere aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet, gericht op vergoeding van meerkosten voor een medisch noodzakelijk dieet en een maaltijdkorting van 40%. Het college van burgemeester en wethouders van Breda heeft deze aanvragen afgewezen, onder meer omdat uit medisch advies bleek dat eiser zelf in staat is maaltijden te verzorgen en geen medische noodzaak voor aangepast voedsel is vastgesteld.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar zijn bezwaar tegen het primaire besluit I werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Het bezwaar tegen het primaire besluit II werd ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van medische noodzaak voor een aangepast dieet of dat hij aanspraak kon maken op maaltijdkorting, aangezien hij niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
De rechtbank oordeelt dat het college de besluiten terecht heeft genomen, mede gelet op de beleidsregels van het Ondersteuningsfonds en de Participatiewet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat er geen onvoorwaardelijke toezegging is gedaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.