ECLI:NL:RBZWB:2025:6528
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd in geschil over terugkeer minderjarige vanuit België
Partijen, die een affectieve relatie hadden, zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, dat zijn hoofdverblijf bij de vrouw heeft. De vrouw vordert nakoming van een zorgregeling en terugkeer van de minderjarige naar Nederland, terwijl de man zich in België met het kind bevindt zonder toestemming van de vrouw.
De man voert verweer en stelt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om de zaak te behandelen. De vrouw betoogt dat haar vordering ziet op nakoming van de zorgregeling en daarmee onder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter valt op grond van Brussel II-ter.
De voorzieningenrechter overweegt dat de zaak feitelijk een internationale kinderontvoeringszaak betreft, waarbij het kind zonder toestemming van de andere ouder in het buitenland wordt achtergehouden. Omdat het kind zich sinds mei 2025 in België bevindt en België partij is bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag, kan de vordering alleen bij de Belgische rechter worden ingediend.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om van de vorderingen kennis te nemen, zowel in conventie als in reconventie. Dit vonnis is mondeling gewezen op 22 augustus 2025 en schriftelijk vastgesteld op 1 september 2025.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen kennis te nemen vanwege de internationale kinderontvoeringsaspecten en verwijst de zaak naar de Belgische rechter.