ECLI:NL:RBZWB:2025:6536

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
30 september 2025
Zaaknummer
C/02/412090 / HA ZA 23-395 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • De Graaf
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot herstel en verbetering van bouwkundige gebreken aan aanbouw toegewezen

In deze civiele bodemzaak vordert eiser herstel van diverse gebreken aan een aanbouw, waaronder vochtproblemen en constructieve tekortkomingen. De rechtbank baseert zich op een deskundigenbericht waarin is vastgesteld dat de constructie deugdelijk is, maar dat herstelmaatregelen noodzakelijk zijn vanwege een te hoog vochtpercentage.

Eiser heeft zijn vorderingen gewijzigd en vermeerderd naar aanleiding van het deskundigenbericht. De rechtbank wijst de vorderingen toe die aansluiten op het deskundigenonderzoek, waaronder het plaatsen van rotvrije opvulblokjes, het aanbrengen van dakisolatie, het herstellen van de achterpui en het aanbrengen van een waterdichte laag. De vordering tot betaling van schadevergoeding wordt afgewezen.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tevens tot betaling van de proceskosten en de helft van de kosten van het deskundigenonderzoek. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de dwangsommen worden gematigd geacht in verhouding tot de herstelkosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot herstel van bouwkundige gebreken en betaling van proceskosten binnen vier weken.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/412090 / HA ZA 23-395
Vonnis van 24 september 2025
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. C.G. Huijsmans,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. L. Alberts.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 september 2024 en de daarin genoemde stukken;
- het deskundigenbericht van ZNEB van 15 mei 2025;
- de conclusie na deskundigenbericht tevens vermeerdering en wijziging van eis;
- de conclusie van antwoord na deskundigenbericht tevens antwoordakte vermeerdering en wijziging van eis.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechtbank verwijst naar de tussenvonnissen van 29 mei 2024 en 4 september 2024 en wat daarin is overwogen en beslist.
2.2.
In het tussenvonnis van 29 mei 2024 heeft de rechtbank overwogen dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is. In het tussenvonnis van 4 september is de heer Ir. [naam] van ZNEB Expertise en Taxatie B.V. (hierna: de deskundige) tot deskundige benoemd. Aan hem zijn de in het tussenvonnis gestelde vragen ter beantwoording voorgelegd.
2.3.
De deskundige heeft een deskundigenbericht, gedateerd 15 mei 2025, uitgebracht waarin hij de in het tussenvonnis van 4 september 2024 opgenomen vragen heeft beantwoord (hierna: het deskundigenbericht). [eiser] en [gedaagde] hebben zich akkoord verklaard met de onderzoeksmethodiek en de beantwoording van de onderzoeksvragen door de deskundige.
2.4.
[eiser] heeft naar aanleiding van het deskundigenbericht zijn eis gewijzigd (hierna onder I) en vermeerderd (hierna onder V). Hij vordert nu dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:
I. om rotvrije opvulblokjes te plaatsen tussen het beton en het oranje behandelde hout zoals vermeld in de beantwoording van onderzoeksvraag j) onder 2 binnen vier weken na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag met een maximum van € 8.000,00;
II. om de achterpui te herstellen binnen vier weken na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 20,00 per dag met een maximum van € 5.000,00;
III. om aan [eiser] € 5.975,80 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juli 2023 tot de dag van volledige betaling;
IV. binnen vier weken na betekening van dit vonnis dakisolatie aan te brengen op het nieuwe dak van 14 cm in totaal, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 20.000,00;
V. om alsnog een waterdichte laag aan de buitenzijde van de aanbouw aan te brengen ter hoogte van het maaiveld conform de aanwijzingen zoals vermeld in de beantwoording van onderzoeksvraag j) onder 2 en de verduidelijking van de deskundige op pagina 29 van de rapportage, binnen vier weken na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag met een maximum van € 8.000,00;
VI. in de kosten van deze procedure.
2.5.
[gedaagde] refereert zich met betrekking tot de gewijzigde vordering onder I en de eisvermeerdering onder V aan het oordeel van de rechtbank.
2.6.
Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen onder I en V – nu deze aansluiten op het deskundigenbericht en [gedaagde] daartegen geen verweer voert – zullen worden toegewezen. Voorts is in het tussenvonnis van 29 mei 2024 reeds beslist dat de vordering onder III wordt afgewezen en de vordering onder IV wordt toegewezen. Ten aanzien van de gevorderde dwangsommen wordt overwogen dat de rechtbank deze als onweersproken zal toewijzen, met dien verstande dat deze – mede gelet op de door de deskundige vastgestelde herstelkosten – zullen worden gematigd zoals hierna in de beslissing is vermeld.
2.7.
Ten aanzien van de vordering onder II geldt dat partijen ter zitting hebben afgesproken dat [gedaagde] de schade aan de achterpui zal herstellen (zie r.o. 4.8 van het vonnis van 29 mei 2024). Partijen hebben zich er niet over uitgelaten of dat herstel inmiddels heeft plaatsgevonden. [eiser] heeft zijn vordering op dit punt ook niet gewijzigd. De rechtbank gaat er gelet op de ter zitting gemaakt afspraak vanuit dat [gedaagde] geen verweer (meer) voert tegen deze vordering en zal deze daarom toewijzen.
2.8.
Over de kosten voor het deskundigenbericht wordt overwogen dat – kort gezegd – een deskundige is benoemd omdat tussen partijen in geschil was of de constructie van de aanbouw voldoende deugdelijk is. Daarbij speelde (mede) de vraag of sprake was van vochtproblematiek in de aanbouw. In dat verband zijn aan de deskundige vragen voorgelegd. De deskundige heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een gebrekkige constructie, maar dat wel sprake is van een te hoog vochtpercentage en dat een aantal bouwtechnische aanpassingen aan de aanbouw nodig zijn. De rechtbank ziet daarom aanleiding ieder der partijen de helft van de kosten van het deskundigenonderzoek te laten dragen. [eiser] heeft het voorschot als bepaald in het tussenvonnis van 4 september 2024 reeds voldaan. De factuur van de deskundige bedraagt uiteindelijk € 2.905,82. [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld de helft van de factuur van de deskundige, te weten € 1.452,91, aan [eiser] te voldoen.
2.9.
[gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
132,42
- griffierecht
1.301,00
- kosten deskundige
- salaris advocaat €
1.452,91
1.842,00
(3 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.906,33

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis:
- rotvrije opvulblokjes te plaatsen tussen het beton en het oranje behandelde hout, zoals vermeld in het deskundigenbericht bij de beantwoording van onderzoeksvraag j) onder 2,
- dakisolatie van 14 centimeter aan te brengen op de nieuwe aanbouw,
- de achterpui te herstellen,
- een waterdichte laag aan de buitenzijde van de aanbouw aan te brengen ter hoogte van het maaiveld zoals vermeld in het deskundigenbericht bij de beantwoording van onderzoeksvraag j) onder 2 en de verduidelijking van de deskundige op pagina 29 van de rapportage,
één en ander op straffe van een dwangsom van € 20,00 per dag voor elk van deze werkzaamheden met een maximum van (in totaal) € 5.000,00,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.906,33, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Graaf en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.