De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 2002. Betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, waaronder middel gerelateerde en verslavingsstoornissen, en vertoont gedrag dat kan leiden tot ernstig nadeel zoals maatschappelijke teloorgang en agressie.
De procedure kende meerdere aanhoudingen vanwege afwezigheid van betrokkene en het FACT-team. Betrokkene verscheen niet voor een psychiatrisch onderzoek, waardoor de medische verklaring gebaseerd is op dossiergegevens en overleg met het FACT-team. De advocaat van betrokkene betwist het bestaan van een schizofrenie-spectrumstoornis en stelt dat betrokkene gestopt is met middelengebruik en geen verplichte zorg meer nodig heeft.
De rechtbank oordeelt dat betrokkene zorg nodig heeft om ernstig nadeel af te wenden en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. Daarom wordt verplichte zorg toegewezen, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, met terughoudendheid bij klinische opname en het oog op stabiliteit van betrokkene.