Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
DEFAM B.V. heeft aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een persoonlijke lening verstrekt van maximaal € 35.000 met een vaste rentevoet van 5,600% en een looptijd van 120 maanden. De kredietnemers zijn in gebreke gebleven met betalingen, waardoor DEFAM B.V. het volledige openstaande saldo opeist.
DEFAM B.V. heeft voldaan aan haar (pre-)contractuele informatie- en zorgplichten op grond van artikel 7:57 BW Pro en de kredietwaardigheidstoets van artikel 4:34 Wft Pro. De kantonrechter oordeelt dat het rentebeding niet oneerlijk is volgens Richtlijn 93/13/EEG.
[gedaagde 1] verschijnt niet, verstek wordt verleend. [gedaagde 2] voert verweer over bijzondere omstandigheden en betalingsmoeilijkheden, maar dit leidt niet tot opschorting van betaling. De vordering tot betaling van het openstaande saldo, rente, beslagkosten en proceskosten wordt toegewezen en hoofdelijk uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van DEFAM B.V. tot betaling van het openstaande kredietbedrag, rente, beslagkosten en proceskosten wordt toegewezen en hoofdelijk uitgesproken.