ECLI:NL:RBZWB:2025:6572
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waardestelling en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €547.000 per 1 januari 2023. De rechtbank beoordeelde het beroep naar aanleiding van het taxatierapport van belanghebbende, die een lagere waarde van €394.000 aanvoerde.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De gebruikte referentiewoningen waren vergelijkbaar en de correcties voor verschillen waren inzichtelijk gemaakt. Belanghebbende stelde dat er sprake was van achterstallig onderhoud, waaronder waterschade, maar dit werd niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd konden blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting is ongegrond verklaard en de waarde van €547.000 gehandhaafd.