ECLI:NL:RBZWB:2025:6574
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Breda
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning in Breda, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2023 is vastgesteld op € 273.000. Hij betwist deze waarde en stelt dat de waarde maximaal € 245.000 bedraagt. De heffingsambtenaar heeft de waarde gebaseerd op een taxatiematrix met vergelijkingswoningen die qua type, ligging en bouwjaar voldoende vergelijkbaar zijn.
De rechtbank toetst of de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, onder meer door een wegingsfactor toe te passen voor voorzieningen en onderhoudstoestand. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde te hoog is.
Daarmee slaagt het beroep niet en blijft de WOZ-waarde van € 273.000 gehandhaafd. De aanslag onroerendezaakbelasting op basis van deze waarde blijft eveneens in stand. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers en griffier W.M.C. Oomen op 1 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 273.000 wordt ongegrond verklaard.