ECLI:NL:RBZWB:2025:6577

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
1 oktober 2025
Zaaknummer
AWB-24_7034
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Wet WOZBesluit proceskosten bestuursrechtWet herwaardering proceskostenvergoedingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen proceskostenvergoeding in WOZ-zaak gegrond verklaard

Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning met diverse uitbreidingen en voorzieningen. De WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2024 was vastgesteld, maar de waarde zelf was niet meer in geschil tijdens de zitting van 20 augustus 2025.

Het geschil betrof uitsluitend de proceskostenvergoeding die belanghebbende vorderde na het indienen van bezwaar tegen de WOZ-beschikking. De heffingsambtenaar had het bezwaar van de gemachtigde ongegrond verklaard, maar het bezwaar van belanghebbende zelf gegrond verklaard en de WOZ-waarde vastgesteld op € 366.000.

De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51 moet vergoeden. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 777 toegekend, berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij punten werden toegekend voor bezwaarschrift, beroepschrift en het bijwonen van de zitting.

De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar van 28 augustus 2024, verminderde de WOZ-waarde en de aanslag OZB dienovereenkomstig, en veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van de proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7034

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Gilze en Rijen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 28 augustus 2024 dan wel uitspraak op bezwaar van 17 december 2024. Zowel belanghebbende zelf als het Eerlijke WOZ bureau hebben namelijk een bezwaarschrift ingediend op 4 maart 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van gemachtigde tegen de WOZ-beschikking voor het jaar 2024 ongegrond verklaard. Het bezwaar van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar vervolgens gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de WOZ-waarde vastgesteld op € 366.000.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de heffingsambtenaar mr. A.K. Bisoen.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het is een hoekwoning (bouwjaar 1959) met een woonoppervlakte van 89 m² exclusief vrijstaande garage (48 m²), twaalf zonnepanelen, dakkapel, aanbouw woonruimte (18 m²), serres (10 en 24m²), aangebouwde berging/ schuur (7 m²) en carport (13 m²) op een perceel van 329 m².

Beoordeling door de rechtbank

3. Ter zitting is gebleken dat de waarde van de woning niet meer in geschil is. Tussen partijen is uitsluitend nog de beoordeling over de proceskostenvergoeding in geschil.
4. Gezien het voorgaande is het beroep gegrond. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51 aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. Belanghebbende heeft recht op 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde van € 647, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 907. De aanslag dateert van 28 februari 2024 en de uitspraak op bezwaar van 28 augustus 2024. De Wet herwaardering proceskostenvergoedingen en artikel 30a, eerste en tweede lid van de Wet WOZ zijn daarom van toepassing. Met inachtneming van de vermenigvuldigingsfactor voor de bezwaarfase en beroepsfase van respectievelijk 0,25 en 0,25 bepaalt de rechtbank de te betalen proceskostenvergoeding op € 777. Ter zitting heeft gemachtigde aangegeven geen vergoeding te vragen voor het ingebrachte taxatierapport.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar van 28 augustus 2024;
  • vermindert de WOZ-waarde van de woning tot een bedrag van € 366.000;
  • vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 777 aan proceskosten aan belanghebbende;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 1 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.