Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 14 mei 2024, ter griffie van deze rechtbank;
- de kennisgevingen van inbeslagneming op grond van artikel 94 waaruit Pro blijkt dat op 3 april 2024 onder klager in beslag zijn genomen een computer, twee telefoons en een geldbedrag ter hoogte van € 2.500 (hierna: de iPad, de telefoons en het geldbedrag);
- de reactie van de officier van justitie en
- de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
2.De beoordeling
3.De beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).