ECLI:NL:RBZWB:2025:6656
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning vastgesteld op €793.000
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning te Zundert waarvan de WOZ-waarde voor 1 januari 2023 is vastgesteld op €793.000. Tegen deze vaststelling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen.
Belanghebbende stelde dat de gebruikte referentiewoningen niet vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in grond- en woonoppervlakte en dat de waardering van de ligging te hoog is. Ook voerde hij aan dat de gemiddelde waardestijging slechts 0,5% zou zijn, wat een lagere WOZ-waarde zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde op juiste wijze heeft vastgesteld met toepassing van de vergelijkingsmethode. De referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar en de verschillen zijn adequaat verwerkt in de taxatiematrix. De waardering van de ligging is niet te hoog en de WOZ-waarde wordt onafhankelijk van voorgaande waarderingen bepaald.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €793.000 wordt ongegrond verklaard.