ECLI:NL:RBZWB:2025:6660
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden vrijstaande woningen en afbakening grond
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee vrijstaande woningen, gelegen aan verschillende adressen, vastgesteld op respectievelijk €451.000 en €579.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar had deze waarden gebaseerd op de vergelijkingsmethode met referentiewoningen en had het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft op 2 september 2025 de beroepen behandeld waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht. De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woningen en referentiewoningen. Daarnaast is de afbakening van de grond correct toegepast, waarbij de grond rondom de woningen als grond bij eengezinswoning is getaxeerd conform het bestemmingsplan.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld en de eerdere waarderingen geen bindende waarde hebben voor de huidige peildatum. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter T. Peters op 6 oktober 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden van de woningen worden ongegrond verklaard.