ECLI:NL:RBZWB:2025:6669
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebeschikking van zijn woning, vastgesteld op €1.275.000 per 1 januari 2023, en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2024. De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2025 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, onderbouwd met een taxatiematrix van een deskundige taxateur, waarbij drie referentiewoningen in de nabijheid en van vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woningen.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met achterstallig onderhoud en dat indexering van het aankoopbedrag tot een lagere waarde zou leiden. De rechtbank stelt dat het onderhoud regulier is en geen waardedruk veroorzaakt en dat de vergelijkingsmethode met taxatiematrix overtuigend is onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de beschikking en aanslag in stand blijven en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €1.275.000 blijft gehandhaafd.