Verzoekster, wonende in een nieuwe gemeente, vroeg een tegemoetkoming voor leerlingenvervoer voor haar zoon die speciaal onderwijs volgt. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele wees dit verzoek af. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en oordeelde dat de situatie van verzoekster een spoedeisend belang oplevert, mede door haar financiële situatie en de noodzaak haar zoon naar school te brengen. De voorzieningenrechter stelde vast dat de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor speciaal onderwijs de huidige school van de zoon is, en dat de combinatie van omstandigheden, waaronder gescheiden ouders en de noodzaak van stabiliteit voor het kind, aanleiding geeft om de hardheidsclausule toe te passen.
Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake zou zijn van een bijzonder geval. De voorzieningenrechter besloot daarom een voorlopige voorziening te treffen waarbij het college een vergoeding moet verstrekken voor de reiskosten van de zoon en een begeleider naar de school, tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.