Belanghebbende verkreeg in 2016 alle aandelen in een vennootschap die zendmasten verhuurt aan telecomproviders. De inspecteur legde in 2021 een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, omdat de aandelen als fictieve onroerende zaken worden aangemerkt. De rechtbank beoordeelt of de aandelen kwalificeren als onroerende zaken en of de heffingsmaatstaf correct is vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat de zendmasten, bestaande uit betonnen funderingen en stalen mastconstructies, duurzaam ter plaatse zijn bestemd en dus onroerend zijn. Dit geldt ook voor zendmasten op gehuurde grond, waarbij de economische eigendom bij de B.V. ligt. De posten Network customer relationships, Network locations en Indicative goodwill worden niet als afzonderlijke bezittingen gezien, maar als onderdeel van de waarde van de zendmasten.
De rechtbank concludeert dat de B.V. kwalificeert als onroerendezaakrechtspersoon (OZR) en dat de heffingsmaatstaf van €136,34 miljoen, gebaseerd op een Purchase Price Allocation-rapport, juist is. De netwerkvrijstelling is niet van toepassing omdat essentiële onderdelen van een telecommunicatienetwerk niet worden verkregen. De beroepen van belanghebbende worden ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand.