ECLI:NL:RBZWB:2025:6722
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen sluiting pand op grond van Opiumwet afgewezen
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eisers tegen het besluit van de burgemeester om een pand en omliggende percelen voor twaalf maanden te sluiten op grond van de Opiumwet. Eisers voerden aan dat zij als aandeelhouders en bestuurders van de failliete vennootschap een eigen belang hadden bij het besluit, mede vanwege de ingrijpende gevolgen zoals beëindiging van bancaire relaties en aantasting van hun reputatie.
De rechtbank oordeelt echter dat het bezwaar ten onrechte ontvankelijk is verklaard omdat eisers slechts een afgeleid belang hebben via hun contractuele relatie met de failliete vennootschap. De gestelde financiële en reputatieschade is volgens de rechtbank vooral het gevolg van het strafrechtelijk onderzoek en negatieve mediaberichtgeving, niet van het sluitingsbesluit zelf.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar ontvankelijk is verklaard en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt zij de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het bezwaar van eisers wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan zelfstandig belang.