ECLI:NL:RBZWB:2025:6723
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag bij co-ouderschap wegens ongewijzigd hoofdverblijf in ouderschapsplan
Eiser verzocht om kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2022 voor zijn zoon, vanwege co-ouderschap vanaf 5 september 2022. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat het hoofdverblijf van de zoon volgens het ouderschapsplan uit 2014 bij de moeder blijft. De rechtbank oordeelt dat de Svb terecht heeft gehandeld, aangezien de rechterlijke uitspraken de hoofdverblijfregeling niet hebben gewijzigd.
De rechtbank stelt vast dat co-ouderschap niet automatisch leidt tot recht op kinderbijslag voor beide ouders, tenzij dit in een overeenkomst of rechterlijke uitspraak is vastgelegd. De situatie van de zoon wijkt af van die van zijn broer, waarvoor het hoofdverblijf wel is gewijzigd en kinderbijslag is toegekend.
De rechtbank wijst erop dat het feitelijke co-ouderschap niet leidt tot een wijziging van het recht op kinderbijslag zolang het hoofdverblijf formeel bij de moeder blijft. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van kinderbijslag voor zijn zoon wordt ongegrond verklaard.