Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
feit 2) bespreken. Daarna bespreekt de rechtbank de handel in verdovende middelen (
feit 1) en de criminele organisatie (
feit 3).
Feit 2 - Bezit 125,73 kilogram hennep op 16 mei 2015 ( [adres 1] )
- De woning aan [adres 1] in [plaats 1] werd sinds 1 maart 2015 gehuurd door [medeverdachte 2] .
- Op 16 mei 2015 omstreeks 14.00 uur gaat de politie, na een melding van de eigenaar, naar deze woning toe. Verbalisanten horen een brommend geluid, ruiken de geur van hennep en horen dat er diverse personen via de achterzijde de woning verlaten.
- De buurman, [naam 1] , ziet daadwerkelijk personen aan de achterzijde wegrennen en over de schutting klimmen.
- In de woning worden in een grote kast op een van de slaapkamers grote plastic zakken met henneptoppen aangetroffen. Ook in twee andere slaapkamers treffen de verbalisanten plastic zakken met hennep aan. In totaal wordt in de woning 120,73 kilogram hennep aangetroffen.
- Daarnaast is in de inpandige garage van het pand in een Opel Combo 5 kilogram hennep gevonden.
- In deze garage staat ook een grijze Ford Transit. In deze bestelbus wordt op een koffiebeker een speekselspoor veiliggesteld met [SIN-nummer] . Het spoor is geïdentificeerd en matcht met het DNA van [medeverdachte 3] .
- [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben in februari 2015 telefoongesprekken waarin wordt gesproken over de huur van de woning en het opmaken van bankafschriften met kopieer- en plakwerk zodat het “precies hetzelfde is als echt”.
- In een tapgesprek op 14 mei 2015 met [medeverdachte 3] zegt [medeverdachte 2] dat “het klote tapijt helemaal met tapijtreiniger schoongemaakt moet worden” en dat “hij nu in de tuin bezig is”.
- Nadat de politie op 16 mei 2015 de woning aan [adres 1] is binnengevallen, heeft [medeverdachte 3] verschillende gesprekken met [verdachte] en [medeverdachte 4] die betrekking hebben op het vluchten van een aantal mensen. Zo vraagt [medeverdachte 3] aan [verdachte] of “ze allemaal gevlucht zijn” en als [verdachte] reageert dat ze allemaal weg zijn gelopen zegt [medeverdachte 3] dat “ze allemaal weg van daar moeten” en dat hij er aan komt. [medeverdachte 3] heeft vervolgens meerdere telefoongesprekken met [verdachte] en [medeverdachte 4] waarin hij er achter probeert te komen waar hij de vluchters op moet halen.
- [medeverdachte 3] heeft op 16 mei 2015 ook een telefoongesprek met [medeverdachte 2] waarin [medeverdachte 2] zegt dat hij gebeld is door de politie en dat hij zich als huurder van de woning moet komen melden. [medeverdachte 3] zegt hem dat hij zich niet moet melden, maar dat hij moet onderduiken en dat hij zijn iPhone leeg moet halen.
- Op 18 mei 2015 zegt [medeverdachte 3] in een telefoongesprek onder andere: “ze hebben die plek opgeruimd”, “ze hebben daar 125 exact van ons aangetroffen zaterdag”, “ze zijn daar weggevlucht, ze waren daar met z’n zessen. Ze zijn van achter gaan vluchten”, “bij de [locatie] , waar de neger bewaakt, waar wij dingen doen” en “er lag daar 125 en alles was bijna droog. Sowieso 400 verlies, maar met verkoop en zo kan het 500 zijn”.
Conclusie
Feit 1 – handel verdovende middelen
Feit 3 – criminele organisatie
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
partieel niet-ontvankelijkin de vervolging van [verdachte] voor het hierboven onder 3 genoemde deel van het onder feit 1 tenlastegelegde;
spreekt [verdachte] vrijvan het overige onder feit 1 tenlastegelegde;
een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
75 dagen;
een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat [verdachte] zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.