ECLI:NL:RBZWB:2025:6780

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 augustus 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
8703776 CV EXPL 20-2892 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • mr. Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen verstekvonnis inzake keur- en klachtplicht onder het Weens Koopverdrag

In deze verzetzaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 20 augustus 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen de besloten vennootschap [opposant] B.V. en de vennootschap naar buitenlands recht Miracampo S.A.T. & 326-CV LTDA. De zaak betreft de keur- en klachtplicht op grond van het Weens Koopverdrag. De rechtbank heeft het verstekvonnis vernietigd en de vordering van Miracampo afgewezen. De rechtbank oordeelde dat [opposant] tijdig heeft geklaagd over de kwaliteit van de geleverde limoenen, die volgens de keuringsrapporten van [opposant] van onvoldoende kwaliteit waren. Miracampo had niet voldoende bewijs geleverd om de keuringsresultaten van [opposant] te weerleggen. De rechtbank concludeerde dat de kwaliteit van de limoenen bij aflevering niet voldeed aan de verwachtingen en dat Miracampo in het ongelijk was gesteld. De proceskosten werden aan Miracampo opgelegd, die binnen veertien dagen na aanschrijving diende te worden voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 8703776 CV EXPL 20-2892
vonnis d.d. 20 augustus 2025
inzake
de besloten vennootschap [opposant] B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,
opposant,
gemachtigde: mr. F.F.J. Froger, advocaat te Breda,
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht Miracampo S.A.T. & 326-CV LTDA,
gevestigd en kantoorhoudende te Cox (Spanje),
geopposeerde,
gemachtigde: mr. I.A. van Rooij, advocaat te Tilburg.
Partijen worden hierna als “ [opposant] ” en “Miracampo” genoemd.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis in deze zaak van 7 februari 2024 met de daarin genoemde processtukken;
b. de akte van Miracampo van 6 maart 2024 met producties.

2.De verdere beoordeling

In oppositie:
2.1
In voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter geconstateerd dat Miracampo hem vraagt terug te komen op een bindende eindbeslissing en Miracampo in de gelegenheid gesteld haar verzoek nader te onderbouwen.
2.2
Bij akte van 6 maart 2024 voert Miracampo aan dat zij de limoenen heeft verkocht, geleverd en gefactureerd aan [opposant] . In beginsel dient [opposant] de factuurwaarde daarvan te voldoen. [opposant] stelt dat de kwaliteit van de limoenen onvoldoende zou zijn, zodat het aan haar is te bewijzen dat zij tijdig en op een juiste wijze heeft geklaagd, dat de kwaliteit van de limoenen dermate slecht was dat zij deze tegen dumpprijzen moest verkopen en dat zij Miracampo tijdig daarvan op de hoogte heeft gesteld. Zij heeft aan deze vereisten niet voldaan. Het is, gelet op de uitspraak van de kantonrechter van deze rechtbank van 6 juli 2022, niet relevant of Free on Truck of Franco is geleverd. Ook is niet onderbouwd dat de limoenen van dermate slechte kwaliteit waren dat deze tegen dumpprijzen moesten worden verkocht, dan wel dat dit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Feitelijk vraagt Miracampo met het voorgaande de volledige zaak opnieuw te beoordelen, zodat de kantonrechter haar stellingen zal meenemen in de onderstaande onderwerpen.
Tijdig keuren en klagen:
2.3
De kantonrechter overweegt dat de rode draad in de stellingen van Miracampo is dat de handelswijze van [opposant] na ontvangst van een bestelling ondeugdelijk is met de nadruk op het feit dat zij (regelmatig) te laat keurt en/of klaagt. Zij verwijst daarbij naar uitspraken, waarin [opposant] in het ongelijk is gesteld. De kantonrechter begrijpt uit die uitspraken – kort gezegd – dat [opposant] in die zaken steeds de aangekochte producten niet tijdig heeft gekeurd, dan wel dat zij daar geen bewijs van kon overleggen. Er werd vervolgens geoordeeld dat te laat is gekeurd/geklaagd door [opposant] , waardoor zij in het ongelijk werd gesteld en alsnog de verkoper moest betalen. Dit betekent echter niet dat daarmee de gehele handelswijze van [opposant] als ondeugdelijk moeten worden gekwalificeerd, zoals door Miracampo wordt betoogd. Ook in deze procedure dient daarom te worden gecontroleerd of tijdig is gekeurd en geklaagd.
2.4
Als het gaat om de keurings- en klachtplicht is van belang dat in de zaken, waarnaar Miracampo verwijst, sprake was van leveringen “Free on Truck”, waarbij de koper verantwoordelijk is voor het transport en daarmee het kwaliteitsrisico overgaat op de koper op het moment dat de producten op transport gaan. In de onderhavige zaak is sprake van “Franco” leveringen, zodat de koper ( [opposant] ) pas verantwoordelijk wordt voor de kwaliteit van de producten op het moment dat deze bij haar zijn gelost.
2.5
Anders dan overwogen in r.o. 3.8 van het tussenvonnis van 2 februari 2022, heeft [opposant] nu met productie 15 en verder bij de conclusie na enquête, onderbouwd dat de limoenen op 4 december 2018 en 6 december 2018 bij haar zijn gelost. De risico-overdracht vond op dat moment dus plaats. Op dat moment ging haar keur- en klachtplicht in, zoals bedoeld in artikel 38 en 39 van het Weens Koopverdrag.
2.6
De eerste partij limoenen, afgeleverd in de avond van 4 december 2018, is op 5 december 2018 in de vroege ochtend om 8:33 uur gekeurd en de tweede partij limoenen, afgeleverd op 6 december 2018, is op diezelfde dag om 13:52 uur gekeurd. De keuringen hebben dus binnen 24 uur plaatsgevonden. Dit kan volgens vaste jurisprudentie worden beschouwd als een redelijke termijn bij de koop en verkoop van bederfelijke waar. Vervolgens volgt uit de formulieren dat het woord “Reclamation/Reclamación” met rood gehighlight is (productie 3 bij de verzetdagvaarding). Deze formulieren zijn op de dag van keuring per e-mailbericht toegezonden aan Miracampo, waarbij in de onderwerpregel “RECLAMATION” is opgenomen (productie 14a en 14b bij conclusie van repliek in oppositie). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [opposant] daarmee tijdig geklaagd. Overigens is de kantonrechter met [opposant] eens dat de aanduiding “9 december 2019” in r.o. 3.9 van het voornoemde vonnis van 2 februari 2022, niet juist kan zijn maar 2018 moet zijn.
2.7
Vervolgens volgt uit de stellingen van Miracampo dat zij de door [opposant] gestelde keuringsresultaten betwist, zodat het aan [opposant] is de juistheid van die resultaten te bewijzen. De kantonrechter blijft in zoverre dan ook bij zijn eerdere beslissingen en ziet op grond van het voorgaande geen reden om terug te komen op een bindende eindbeslissing.
Kwaliteit van de limoenen:
2.8
Uit de keuringsformulieren volgt, en zo wordt ook bevestigd in de getuigenverklaring van de heer [naam 1] (de medewerker van [opposant] die de limoenen heeft gekeurd), dat het percentage gebreken en bederf bij [opposant] is bepaald op meer dan 2%, dat de kwaliteit van de levering zeer slecht was en de limoenen niet geschikt waren voor opslag, hooguit voor zeer korte opslag. De bevindingen van de heer [naam 1] worden bevestigd door de heer [naam 2], onafhankelijk kwaliteitscontroleur, werkzaam onder andere in opdracht van [opposant] , die eveneens als getuige is gehoord in deze zaak. Hoewel zijn verklaring alleen is gebaseerd op de in het geding gebrachte foto’s (hij was niet betrokken bij de keuring van de limoenen), is de kantonrechter van oordeel dat zijn verklaring voldoende onderbouwd en uitgebreid is dat deze kan bijdragen als ondersteuning van de verklaring van de heer [naam 1].
2.9
Miracampo voert met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaring/keuring van de heer [naam 1] nog aan dat hij werkzaam is bij [opposant] , maar dit enkele feit is, naar het oordeel van de kantonrechter, onvoldoende om te twijfelen aan zijn betrouwbaarheid, gelet op zijn ervaring, de wijze waarop binnen [opposant] wordt gewerkt, de bijbehorende audits en de bevestiging van die omstandigheden door de heer [naam 2].
2.1
De door Miracampo overgelegde keuringsrapporten kunnen evenmin tot twijfel aan de bevindingen van de heer [naam 1] leiden. Uit de overgelegde stukken volgt immers dat de partijen limoenen op respectievelijk 1 en 3 december 2018 zijn gekeurd bij Miracampo (onder andere productie 10 bij akte van 12 november 2020 van Miracampo). Dit is een ruime tijd voordat de limoenen bij [opposant] werden gelost. Bovendien waren de limoenen op dat moment nog niet vervoerd, terwijl eventuele tijdens het transport ontstane schade of kwaliteitsverlies voor rekening van Miracampo kwam. Tot slot lijkt uit de bij Miracampo opgestelde formulieren te volgen, zoals ook door haar wordt gesteld, dat op dat moment het percentage aan defecte limoenen al 1,8 en 1,1 procent. Het is niet onvoorstelbaar dat de kwaliteit van de limoenen in de dagen daarna, onder andere gedurende/door het transport, verder omlaag is gegaan.
2.11
Vervolgens is niet gesteld of gebleken dat Miracampo nadien een herkeuring heeft laten plaatsvinden om de keuringsrapporten van [opposant] te weerleggen, terwijl zij al wel kort na ontvangst van de limoenen door [opposant] op de hoogte werd gesteld door [opposant] dat zij bezwaren had bij de levering. De kantonrechter wijst op het tussenvonnis van 2 februari 2022, waarin is overwogen dat voldoende duidelijk had moeten zijn voor Miracampo dat [opposant] op dat moment bezwaren had bij de levering, zodat het voor de hand had gelegen dat zij een contra-expertise zou uitvoeren, dan wel [opposant] ertoe zou bewegen een second opinion te laten uitvoeren. Dit is niet gebeurd. Ook zijn geen andere bewijzen van de kwaliteit van de limoenen bij aflevering overgelegd, die doen twijfelen aan de keuringsrapporten van [opposant] , zodat de kantonrechter van oordeel is dat voldoende is vast komen te staan dat de kwaliteit van de limoenen bij levering was, zoals volgt uit de door [opposant] overgelegde keuringsrapporten.
2.12
[opposant] is dus geslaagd in het leveren van het gevraagde bewijs.
Gevolg:
2.13
In het tussenvonnis van 2 februari 2022 is al overwogen dat geen vaste prijs voor de limoenen was afgesproken tussen partijen, maar dat uitgegaan werd van een richtprijs, zodat Miracampo er niet vanuit mocht/mag gaan dat bij de verkoop van de limoenen door [opposant] de richtprijs wordt gehaald. In dat vonnis is daarnaast overwogen dat [opposant] bij de bepaling van de uiteindelijke verkoopprijs rekening had moeten houden met de belangen van Miracampo. Onvoldoende is gesteld, dan wel volgt uit het voorgaande, dat [opposant] dit niet heeft gedaan. Daarbij mag ervan uitgegaan worden dat zij ook belang zou hebben bij een zo goed mogelijke prijs, omdat zij op commissiebasis handelde. Tot slot is in voornoemd tussenvonnis overwogen dat in het kader van artikel 50 van het Weens Koopverdrag onder voornoemde omstandigheden het terugsturen van de limoenen niet meer zinvol zou zijn geweest en een bodemprijs niet meer relevant zou zijn.
2.14
Miracampo heeft nog gesteld dat niet door [opposant] is onderbouwd dat de limoenen tegen dumpprijzen moesten worden verkocht, dan wel dat dit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, maar onderbouwt haar stelling verder niet. Daar tegenover heeft [opposant] diverse stukken overgelegd ter onderbouwing van de door haar gerealiseerde verkoopprijzen. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan dit verweer.
2.15
Dit betekent dat uit mag worden gegaan van de door [opposant] gerealiseerde verkoopprijs, zodat de door Miracampo gevorderde hoofdsom wordt afgewezen. Het voorgaande leidt ertoe dat de nevenvorderingen evenmin toewijsbaar zijn. Het verstekvonnis wordt dan ook vernietigd.
2.16
Miracampo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opposant] worden begroot op:
- kosten getuigen
344,85
- salaris gemachtigde
1.695,00
(5 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.174,85

3.De beslissing

De kantonrechter
In oppositie:
vernietigt het vonnis van 15 juli 2020 van de kantonrechter te Breda, gewezen onder zaaknummer 8575178 CV EXPL 20-2018;
opnieuw rechtdoende
wijst de vordering van Miracampo af;
veroordeelt Miracampo in de proceskosten van € 2.174,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Miracampo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op
20 augustus 2025.