Uitspraak
[bedrijf],
1.Het verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
NJ2008, 553).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak stond de vraag centraal of het paard dat eiseres had gekocht non-conform was vanwege chronische letsels aan de buigpees linksvoor. Deskundigen concludeerden dat het letsel niet met zekerheid aanwezig was ten tijde van de aankoop en dat het niet te antidateren was. De kreupelheid linksvoor werd pas acht maanden na verkoop vastgesteld, terwijl het paard voor aankoop rechtsvoor kreupel was geweest.
Eiseres stelde dat gedaagde relevante informatie had achtergehouden en dat er sprake was van een verborgen gebrek, maar de rechtbank oordeelde dat het bewijsvermoeden van artikel 7:18 lid 2 BW Pro oud niet meer gold omdat de klacht pas later dan zes maanden na aankoop was gemeld. Het deskundigenrapport, inclusief aanvullende informatie zoals röntgenbeelden, toonde geen aanwijzingen dat het letsel bij aankoop aanwezig was.
De rechtbank wees ook het beroep op dwaling af, omdat niet was komen vast te staan dat het paard niet geschikt was als sportpaard L1 of hoger. De proceshouding van gedaagde liet te wensen over, maar dit veranderde niets aan de feitelijke beoordeling. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs dat het paard bij aankoop non-conform was.