ECLI:NL:RBZWB:2025:6804
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres werkte als orderpicker en viel uit wegens rugklachten. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe, die zij later beëindigde omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres betwistte dit en voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder een hogere mate van beperkingen en een stoornis in de energiehuishouding.
De rechtbank beoordeelde het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige. De medische beperkingen van eiseres, waaronder spondylolistheses graad 2 met thoracolumbale scoliose, werden bevestigd, maar er was geen sprake van volledige arbeidsongeschiktheid of onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.
Eiseres leverde aanvullende medische stukken aan, waaronder een MRI uit 2025, maar deze waren niet relevant voor de datum van beoordeling en boden geen aanleiding tot een hogere mate van beperkingen. De functies die het UWV gebruikte voor de arbeidsongeschiktheidsberekening waren passend.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% heeft vastgesteld en daarmee de Ziektewet-uitkering mocht beëindigen. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 27 juni 2023.